Eerst beklommen we de koepel, wat voor de sportieve romereiziger geen probleem was, hoewel de vermoeidheid ons zeker parten speelde. We moesten er een vijfhonderdtal treden voor over hebben, maar het panoramisch uitzicht was ongetwijfeld de moeite waard.
Daarna daalden we af en volgden de borden met ‘uscita’ die ons in de Sint-Pietersbasiliek brachten. Daar trok de Pièta van Michelangelo onze aandacht, temeer omdat ze veilig achter kogelvrij glas werd tentoongesteld. Het glas werd geplaatst in ’72 nadat een poging tot vernietiging aanzienlijke schade toebracht aan dit meesterwerk. De rest van deze legendarische kerk zou zeker de moeite zijn geweest als de drukte en de honger buiten beschouwing gelaten werden.
Eenmaal buiten kregen we vrije tijd die de meesten doorbrachten in de aangename zon op een terrasje of op het Sint-Pietersplein. De rust werd echter abrupt verstoord toen het tijd werd om aan te schuiven voor de Vaticaanse Musea en de Sixtijnse Kapel. Het was meteen duidelijk dat we niet de enigen waren die deze musea wilden bezoeken maar gelukkig konden we tijdens de wachttijd van 2 uur onze toevlucht zoeken in de schaduw, weg van de brandende middagzon.
Het wachten loonde wel de moeite. Het ene prachtige kunstwerk volgde het andere op. We konden met eigen ogen waarnemen en bevestigen dat meneer Umans, die met een ongeziene passie de werken had besproken in de lessen esthetica, geen woord had overdreven. De Torso van Belvedère, De schraper, Laocoöon en De school van Athene zijn slechts enkele van deze prachtexemplaren. De crème de la crème was te vinden aan het einde van het museum: de Sixtijnse Kapel. Nadat we herhaaldelijk werden aangemaand tot stilte, was de tijd gekomen om het hoofd in de nek te leggen. Michelangelo zorgde voor een heus kleurenspektakel op het plafond met in het centrum de alom bekende Schepping van Adam. Uiteindelijk volgden we de mensenmassa die ons naar de uitgang van het museum bracht om zo te verzamelen voor de wandeling naar de metro.
De metro vervoerde ons tot bij de Spaanse trappen waar we konden genieten van de laatste zon. Een pasgetrouwd koppel zorgde voor entertainment. De legende gaat dat wanneer een pasgehuwd stel de Spaanse trappen beklimt, er hen een voorspoedig huwelijk te wachten staat. Terwijl we dit tafereel aanschouwden, kregen onze spieren de tijd om te recupereren want we hadden ondertussen al ettelijke kilometers afgelegd.